Wannabe sinaasappels

sinaasappelsHet is oranje, hangt in de boom en roept heel hard ‘ik ben een sinaasappel, ik ben een sinaasappel!’ Rara wat is dat? Een mandarijntje met een grote bek. Nu deze: het zit in de klas, is ongeveer 1.60 en roept heel hard ‘Ik ben volwassen, ik ben volwassen’. Rara? Een kind met te groot lijf en een brein in verbouwing.

Bij mijn zoon van 3 kijk ik vertederd naar zijn aandoenlijke fase van ‘onaf zijn’. Hoe makkelijk hij te bedotten is, hoe alles in zijn wereld magisch is, hoe krom zijn zinnetjes zijn, hoe hij zich voor het minste of geringste in wanhoop ter aarde werpt. Sla ik er een boek over ontwikkelingspsychologie op na, dan hum ik instemmend en constateer tevreden dat hij precies kan en doet wat bij zijn leeftijd hoort. Nu de pubers in mijn gezin – en in mijn klas. Terwijl zij zich met hun ‘onaf zijn’ ook keurig aan de wetten van de ontwikkelingspsychologie houden, wekken ze bepaald niet altijd vertedering op.

Waarom vinden we baby’s zo schattig, kleuters zo aandoenlijk, basisschoolkinderen zo grappig en pubers zo… irritant? Tja, met een bijna volgroeid lijf, een zelfverzekerde uitstraling en de verbale kwaliteiten die de generatie Einstein ruim bezit, lijkt het kind al heel wat. En dan denk je al snel dat zo’n oversized mandarijn een echte sinaasappel is. Die zich echter maar zelden aan de plichten en verantwoordelijkheden van de sinaasappel houdt.

Als het me lukt door die wannabe sinaasappel heen te kijken, wordt het leven voor iedereen leuker – thuis en in de klas. Als L. eindeloos wil argumenteren dat hij zijn huiswerk niet hoeft te maken, omdat hij immers prima zelf kan bepalen hoeveel werk hij in mijn vak moet steken voor een voldoende. Als S. weer eens op hoge poten begint te ratelen over hoe het zit in het Midden-Oosten en waarom de Israëli’s erger dan de nazi’s zijn. Als I. door de klas meent te moeten brullen dat geschiedenis alleen maar over dode mensen gaat en derhalve totaal nutteloos is. ‘Ach’, denk ik dan, ‘je bent gewoon een mandarijntje met een grote bek’.

(Ook verschenen in tijdschrift Kleio)