Through the grapevine

Hoezo koetjes en kalfjes?

In organisaties wordt gecommuniceerd, althans, dat zou wel zo moeten zijn. Over het werk om maar eens wat te noemen. Nu kun je als communicatiedeskundige allerlei modelletjes voor verschillende soorten communicatie bedenken, en er vormpjes aan geven als ‘Y’, ‘wheel’ of ‘web’. Als het een tamelijk warrige bende is en iedereen met iedereen kletst – zoals het hoort dus eigenlijk – noem je het grapevine. Op grapevine heeft de organisatie niet zoveel vat en er hangt een sfeer omheen van koederen en kalveren, roddel en achterklap. Maar wat blijkt? 70% van de grapevine-communicatie blijkt oerserieus over het werk te gaan, taakgeoriënteerd en al!

Nu vroeg ik me af hoe dat zit in de online wereld. Hoeveel mails gaan over werk en hoeveel over onzin? Hoeveel procent van de tweets zijn werkgerelateerd? Niemand (van mijn 11 volgers) wist het. Wat ik wel weet is dat een van mijn Farmville-buren laatst op mijn boerderijtje een signpost had geplaatst met ‘mijn collega neemt binnenkort contact met je op over een klus’. En zo geschiedde. Geen kwaad woord dus over Farmville en wat er daar aan productiviteit verloren gaat 🙂

Met gierende banden achter Binkie aan (nou ja…)

foto Hans Hordijk

Sinds precies een jaar rijdt Binkie door het centrum van Rotterdam. Binkie is een elektrisch aangedreven vuilniswagen, met precies het handzame formaat dat je als vuilnisman nodig hebt om te manoeuvreren in smalle straatjes en het verkeer niet te blokkeren. We (cameraman Gerben, fotograaf Hans en ik) gingen Binkie achterna (niet echt met gierende banden dus want Binkie kan niet harder dan 40 km/u) voor een reportage in opdracht van de Hogeschool Rotterdam. De Hogeschool is onder meer bij Binkie betrokken via twee vierdejaars studenten bedrijfsconomie die de kosten en baten van elektrisch vrachtvervoer onderzochten.

Binkie is ontstaan uit een constructieve samenwerking tussen afvalbedrijf Van Gansewinkel en Spijkstaaal en levert een hoop win-win-win-win-situaties op. Allereerst stoot Binkie geen vieze gassen uit in het Rotterdamse centrum. Het bedrijfsafval dat Binkie inzamelt wordt verbrand en dat levert weer stroom om de accu op te laden. Op een voertuig als Binkie mag je zonder groot rijbewijs rijden. Voor Van Gansewinkel de ideale plek om nieuwe arbeidskrachten op te laten stappen naar een verdere loopbaan in het bedrijf.  Bij Spijkstaal zijn inmiddels nog drie Binkies in aanbouw.

Was dat de oerknal of een schaap met jeuk?

Vandaag  was ik een van de gelukkigen die vast mochten snuffelen aan LOFAR. LOFAR is een baanbrekende telescoop waarmee astronomen gaan speuren naar het begin van ons universum. Om een groot deel van de hemel nauwkeurig in beeld te krijgen, zijn en worden duizenden antennes opgesteld in Nederland en een aantal omringende landen.

We namen onder andere een kijkje op de ‘superterp‘, onderdeel van het 400 hectare grote centrale gebied van LOFAR. Naast alle technologische inventiviteit en de opwinding van de sterrenkundigen, springt ook de samenwerking met natuurbeheer in het oog. In het grote gebied tussen Exloo en Buinen (Drenthe dus) waar de meeste antennestations staan, gaat de natuur zijn gang. Er zijn verschillende zeldzame volgels gesignaleerd, verdwenen plantjes duiken weer op, reeën springen rond en het Achterstediep heeft zijn natuurlijk loop teruggekregen. Drentse schaapjes kunnen ze niet gebruiken bij het luisteren naar de oerknal: die krijgen jeuk en gaan tegen de antennes schuren. “En dat”, zegt projectleider natuur Peter Bennema van LOFAR, “maakt de waarneming een stuk minder betrouwbaar”.

Persreis

Omdat ik mijn hele leven (okee op een paar jaar na) al kleine kinderen heb, wordt mijn professionele bestaan gekenmerkt door een chronisch gebrek aan persreizen. Waar collega-freelancers regelmatig in vliegtuigen stappen om in Barcelona/Las Vegas/Dubai need-to-know informatie te gaan verzamelen op kosten van Microsoft/Vodafone/MSD, aan de bar te hangen met pr-consultants/andere journalisten/dronken aardbeien, en terug te keren met een goodiebag vol vrolijkstemmende goodies/dure gadgets/onwaarschijnlijke prut, blijf ik thuis en verschoon een luier/overhoor Franse woordjes/kook een degelijke maaltijd.

Maar nu is het dan zover: morgen ga ik op een persreis. De reis voert naar Drenthe. Geen bikini en zonnebril maar warme trui en jas mee. En ik heb net het spinrag en de muizennesten uit mijn kaplaarzen geklopt, geheel voorbereid om in de regen door het Drentse land te soppen. En o ja, mijn belangrijkste informatie moet komen uit twee interviews, die gepland staan tijdens de borrel. Toch is het een wereldtrip, naar het begin van de tijd.

Bevrijdingsfeest te B.

5 mei, Bevrijdingsfestival in het uitermate slome hier-gebeurt-nooit-iets dorpje B. waar ik woon. Op het plein voor het gemeentehuis is een podium opgesteld. Anderhalve man en een paardenkop luisteren naar de lokale dameskapper die na zijn midlife crisis z’n zaak verkocht en een band begon. De lokale patatboer verkoopt zijn vette waren vandaag voor festivalmunten in plaats van euro’s. We tellen binnen en buiten de geblindeerde hekken een bezettingsmacht van vijf brede beveiligers met  accessoires,  twee surveillerende ehbo’ers, een kleine versterkingsmacht van politie Rotterdam op mountainbikes en –  o ja – een gereedstaande arrestantenbus.

Het enige onvertogen woord valt in de junior-ballenbak, waar een obese kleuter een paar echte kleintjes dreigt te pletten.

Het lijkt erop dat een stel ambtenaren iets te veel is meegesleept door levensechte crisis-escalatie-simulatiegames.

Kwekeling (2)

Toen ik dit weekend wat zat te bladeren door de biografie van socialistisch voorman Koos Vorrink (dit kan wanhopig overkomen, dat snap ik, maar het was heel erg slecht weer, en ik had te veel andere dingen te doen) stuitte ik al weer op de term kwekeling. Vorrink volgde aan het begin van de vorige eeuw de onderwijzersopleiding aan de Rijkskwekelingenschool in Haarlem. Als ouderejaars stortte hij zich vol overgave op de Kwekelingen GeheelOnthouders Bond (KGOB). Vorrink – toen een jaar of 19, 20 -, sprak zelfs van een ‘vurig verlangen’ om iets voor die bond te betekenen. Hij reisde op propagandatoernee voor de KGOB van Coevorden tot Heerlen en van Amsterdam tot Middelburg. Andere tijden, andere linkse hobby’s. Geheelonthouding was destijds de favoriete linkse hobby. Maar het niet-drinken was ook in andere zuilen populair en soms dus per branche georganiseerd. Zo was er de Nationale Roomsch-Katholieke Vereeniging van Geheelonthouders onder Nederlandsch Spoor- en Tramwegpersoneel.

Voor Vorrink was de club van nuchtere kwekelingen trouwens de opstap naar een politieke carrière. In 1920 werd hij secretaris van de Arbeiders Jeugd Centrale, later voorzitter. In de jaren dertig leidde hij de SDAP en in 1946 werd hij de eerste voorzitter van de nieuw opgerichte PvdA.